|
Zoals aangenomen door
de Planeetraadvergadering van 9 september 2007.
INLEIDING
Het interactieproject Thalassa is een geofictieve wereld die in het
leven is geroepen door leden van het
Genootschap voor Geofictie. Op de
planeet Ys, rond de binnenzee Thalassa, worden imaginaire
geografisch/historische eenheden (geo's) tot ontwikkeling gebracht, die
binnen het raamwerk van het hierbij gepubliceerde reglement contacten
met elkaar hebben, dus invloed op elkaar kunnen uitoefenen. Het
belangrijkste doel van de planeet Ys is de interactie tussen de
verschillende geo's, waaruit een ontwikkeling van de binnenzee Thalassa
ontstaat waaraan de deelnemende landen liggen.
Hoofdstuk 1: DEFINITIES
Artikel 1
Geo:
In het onderhavige project is een geo een staatkundige eenheid (land) of
een culturele eenheid (volk).
Interactie: Een definitie of gebeurtenis (een ontwikkeling)
binnen een land die ook in een of meer andere landen van invloed is.
Vanzelfsprekend is er ook sprake van interactie wanneer een deelnemer
een ontwikkeling wil laten plaatshebben in de geo('s) van een of
meer andere deelnemers.
Planeetraad: De gezamenlijke deelnemers aan het
interactieproject.
Planeetraadvergadering: Bijeenkomst van de deelnemers.
Secretaris-Generaal: Een door de Planeetraad aangewezen
coördinator met betrekking tot de activiteiten van het
interactieproject.
Periodiek: Het tweemaandelijks verschijnende projectperiodiek.
Figurerende zee: Een andere zee op de planeet Ys dan die
waaraan de geo's liggen.
Hoofdstuk 2: BASISGEGEVENS
Artikel 2
lid 1: De planeet is een aarde-achtige
planeet met de volgende eigenschappen:
omtrek:
36.442,47 km
massa: 4,839*1024 kg
gravitatie (minus centrifugale kracht): 9,59 m/sec2
omloopsnelheid (om de zon): 35961782 s = 1,14 aardjaar
rotatiesnelheid (etmaallengte): 25 aardse uren, 4 minuten en
41 seconden
omloopsnelheid in plaatselijke dagen: 398 en een derde (elke
drie jaar een schrikkeldag)
afstand tot zon: 6% verder dan de aarde
lid 2: De beschavingen op de planeet worden gebaseerd op het menselijk
ras.
Artikel 3
Behalve de zee waaraan de geo’s van de
deelnemers liggen, zijn er figurerende zeeën gedefinieerd op de planeet
Ys. Het is geen enkele geo toegestaan om actief staatkundige,
economische of militaire verbintenissen aan te gaan met enig gebied aan
een figurerende zee.
Artikel 4
Van iedere geo (in het geval van een
staatkundige eenheid) op de planeet moet tenminste beschikbaar zijn een
landkaart met topografische gegevens, een overzicht met demografische
gegevens en een beknopte maatschappelijke en/of politicologische
beschrijving.
Artikel 5
De territoriale wateren van een land zijn
de wateren tot vijftig kilometer uit de kust. Daar waar dit problemen
geeft met de indeling op de kaart, zoals bij zeestraten, moeten de
betrokken geo’s het onderling regelen.
Artikel 6
lid 1: Geen enkele geo op de planeet mag
staatkundig, economisch, militair of op welke andere wijze dan ook
actief verbonden zijn met andere planeten of met geo's op andere
planeten.
lid 2: Er mogen geen levensvormen, afkomstig van andere planeten, op de
planeet worden geïntroduceerd.
Hoofdstuk 3: DENKBAARHEID
Artikel 7
Lid 1a: De stand van de techniek op de planeet in het gezamenlijke jaar
636 A.B.C. is ten hoogste gelijk aan die van die op aarde in het jaar
1836.
Lid 1b: De technologische ontwikkeling volgt vervolgens in hoofdlijnen
die van de aarde.
Lid 2: Alles wat door de deelnemers wordt bedacht, uitgewerkt, getekend,
beschreven etc. wordt, moet denkbaar zijn. Wat met de stand van
wetenschap, techniek en de natuurwetten in een vergelijkbare tijd op
aarde onmogelijk is, heeft op de planeet geen recht van bestaan.
Hoofdstuk 4: INVOEGING
Artikel 8
Nieuwe deelnemers kunnen worden toegelaten
in de volgende gevallen:
- als een deelnemer zijn deelname aan het project beëindigt en de
Planeetraad besluit de geo aan een of meer nieuwe deelnemers beschikbaar
te stellen.
- in andere gevallen, op een op de Planeetraadvergadering beschikbaar
gestelde geo.
Artikel 9
lid 1: Toelating van een nieuwe deelnemer
aan het project is alleen mogelijk op een bijeenkomst van de
Planeetraad, waarbij de nieuwe deelnemer aanwezig is.
lid 2: Voorafgaand aan de toelating maakt een aspirant-deelnemer
zichzelf en zijn voornemens met de geo bekend in het project-periodiek.
lid 3: Een aspirant-deelnemer kan voorafgaand aan toelating in het
projectperiodiek over ontwikkelingen in een geo publiceren, maar deze
zijn onderworpen aan bevestiging achteraf door de Planeetraad. De geo
van een aspirant-deelnemer geldt als neutraal gebied, zoals omschreven
in artikel 16.
lid 4: Een aspirant-deelnemer meldt zich aan bij de Secretaris-Generaal,
die deze aanmelding in de eerstvolgende editie van het projectperiodiek
bekendmaakt en de neutraliteit van de betreffende geo proclameert.
Hoofdstuk 5: RICHTLIJNEN
Artikel 10
Lid 1 ledere deelnemer heeft tenminste één
geo. Anonieme deelname is verboden.
Lid 2 Elke deelnemer dient lid te zijn van het Genootschap voor
Geofictie.
Artikel 11
Een geo mag niet worden uitgebreid met
niet-gedefinieerde gebieden, tenzij met toestemming van de Planeetraad
en met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.
Artikel 12
ledere deelnemer dient tenminste eenmaal
per aards jaar over de ontwikkelingen met betrekking tot zijn geo op de
planeet te publiceren, hetzij zelfstandig, hetzij via het
projectperiodiek. Bij nalatigheid wordt de deelnemer daarvan door de
secretaris-generaal op de hoogte gesteld. Wanneer de deelnemer in
kwestie zijn activiteit hierna niet opvoert, beslist de Planeetraad over
de vervolgprocedure. In het geval dat de Planeetraad de deelname van de
inactieve deelnemer beëindigt, geldt het bepaalde in artikel 15, leden 2
en 3.
Artikel 13
lid 1: Geen enkele deelnemer heeft het
recht de geo van een ander geheel teniet te doen.
lid 2: Het ontwikkelen van, alsmede het voorhanden hebben en het
gebruiken van ABC-wapens is verboden.
Artikel 14
lid 1: Er is een historische commissie om
de (voor-)geschiedenis van de planeet te coördineren.
lid 2: Er is een geofysisch/klimatologische commissie om de geofysische
en klimatologische gegevens van de planeet te coördineren.
lid 3: Er is een technische commissie die de stand van de techniek
toetst aan het bepaalde in artikel 7.
lid 4: De Planeetraad kan verdere commissies in het leven roepen.
Hoofdstuk 6: BEËINDIGING VAN DEELNAME
Artikel 15
lid 1: Een beëindiging van een geo op de
planeet moet aan de Secretaris-Generaal bekend worden gemaakt en door
deze in het projectperiodiek worden ingebracht. In de eerstvolgende
Planeetraadvergadering krijgt de beeindiging haar definitieve beslag en
worden de gevolgen ervan uitgestippeld.
lid 2: Het territorium van de beëindigde geo kan door de
Planeetraadvergadering neutraal of vogelvrij worden verklaard, aan een
andere geo worden toebedeeld, aan een of meer deelnemers tijdelijk in
beheer worden gegeven, of aan een of meer nieuwe deelnemers ter
beschikking worden gesteld.
lid 3 In de tussenliggende periode is de beëindigde geo neutraal gebied.
Artikel 16
In een neutraal gebied kunnen
ontwikkelingen uitsluitend plaatsvinden met toestemming van de
Planeetraad. Deze toestemming kan achteraf worden verleend.
Artikel 17
In een vogelvrij verklaarde geo worden de
verdere lotgevallen hiervan zonder beperkingen bepaald door de verdere
ontwikkelingen op de planeet.
Hoofdstuk 7: INTERACTIE
Artikel 18
Iedere deelnemer aan de planeet is vrij
zijn land in te richten en te ontwikkelen, zij het binnen de beperkingen
van de algemene geschiedbeschrijving (zoals wordt opgesteld door de
historische commissie), de geofysische en klimatologische gegevens van
de planeet (zoals opgesteld door de geofysisch/klimatologische
commissie), de kaart, en met inachtneming van de artikelen 2 en 7 van
dit reglement. Hierop mogen slechts met toestemming van de Planeetraad
uitzonderingen worden gemaakt, waarvan schriftelijk verslag moet worden
gedaan. Aan geen enkele van deze eventuele uitzonderingen mag een
precedent worden ontleend.
Artikel 19
Lid 1 Ontwikkelingen die gelden als interactie, zoals beschreven in
artikel 1, kunnen worden bedacht met of zonder overleg met de betrokken
deelnemers.
Lid 2a Deze interactieve ontwikkelingen dienen in ieder geval
gepubliceerd te worden in het officiële periodiek van het project, en/of
op andere, door de Planeetraad vast te stellen plaatsen.
Lid 2b Deelnemers mogen ontwikkelingen daarnaast ook in andere media
publiceren, maar in dit geval alleen wanneer er sprake is van overleg
met de betrokken deelnemers.
Lid 2c Deelnemers hebben, wanneer zij dit wensen, het recht de
ontwikkelingen die gepubliceerd zijn in andere media, conform lid 2b,
pas te erkennen wanneer het in het officiële periodiek van het project,
conform lid 2a, gepubliceerd is.
Lid 3a Deelnemers hebben het recht om een ontwikkeling die in het
officiële periodiek gepubliceerd is, te weerspreken, mits zij dat doen
binnen twee maanden, en wel in de eerstvolgende te verschijnen uitgave
van het officiële periodiek, voorzien van een toelichting. De
oorspronkelijke bedenker van de ontwikkeling kan:
- zich neerleggen bij de weerspreking van de door hem bedachte
ontwikkeling
- de door hem bedachte ontwikkeling toch door wensen te zetten.
In het laatste geval is er sprake van onenigheid tussen deze deelnemers.
Gedurende deze onenigheid kunnen de betrokken deelnemers noch alle
andere deelnemers aanspraak maken op acceptatie van de door hun
geproclameerde ontwikkelingen. De juistheid van de ontwikkeling kan
vervolgens komen vast te staan door:
- het bereiken van overeenstemming tussen de betrokken deelnemers
- het inroepen van bemiddeling van de Planeetraad, die vervolgens
gemachtigd is het geschil te slechten. Deze eventuele uitspraak van de
Planeetraad is bindend.
Lid 3b Bij het verstrijken van bovengenoemde termijn van twee maanden
ofwel nadat de eerstvolgende periodiek is verschenen, bepaalt de
initiator van de ontwikkeling de juistheid ervan, tenzij duidelijk is
dat de andere partij binnen bovengenoemde termijn geen gelegenheid tot
weerspraak gehad heeft.
Hoofdstuk 8: DE SECRETARIS-GENERAAL
Artikel 20
lid 1: De Secretaris-Generaal wordt bij
meerderheid van stemmen gekozen door de Planeetraadvergadering.
lid 2: Tot zijn taken en bevoegdheden behoren:
- het toezien op de bijeenroeping van de Planeetraadvergadering
- het toezien op de invulling van vacatures
- het toezien op de publicatieplicht, zoals bepaald in artikel 12
- het proclameren van de neutraliteit van een gebied na de aanmelding
van een aspirant-deelnemer, zoals omschreven in artikel 9 lid 5.
lid 3: De Secretaris-Generaal kan tijdens elke Planeetraadvergadering
aftreden.
lid 4: De Planeetraad is bevoegd een Secretaris-Generaal af te zetten.
lid 5: In de gevallen van lid 3 en 4 dient de Planeetraad zo spoedig
mogelijk een nieuwe Secretaris Generaal te kiezen.
Artikel 21
De Secretaris-Generaal stuurt minimaal een maand voor de
Planeetraadvergadering alle deelnemers schriftelijk een uitnodiging en
zendt de deelnemers minimaal een week voor de vergadering een
agendavoorstel.
Hoofdstuk 9: DE PLANEETRAADVERGADERING
Artikel 22
lid 1 De Planeetraadvergadering komt
minimaal tweemaal per aards jaar bijeen.
lid 2 De Planeetraadvergadering heeft als algemeen doel de bevordering
van contacten tussen de deelnemers aan het project, en daarmee de
bevordering van de ontwikkeling van de planeet als geheel.
lid 3 Daarnaast heeft de Planeetraad de volgende specifieke taken:
- besluiten nemen die de hele planeet betreffen;
- bemiddelen in onenigheid indien daarom wordt gevraagd, met de
mogelijkheid een bindende uitspraak te doen;
- beheren van en beslissingen nemen over neutraal verklaarde geo's.
Artikel 23
In de Planeetraadvergadering heeft elk
aanwezig lid bij een stemming het recht om een stem uit te brengen.
Artikel 24
Alle besluiten van de Planeetraad worden
genomen bij meerderheid van stemmen, tenzij in dit reglement anders is
bepaald.
Artikel 25
ledere deelnemer kan, indien hij zelf niet
aanwezig kan zijn, zijn stem schriftelijk kenbaar maken aan de
Secretaris-Generaal.
Artikel 26
Geen enkele deelnemer aan de planeet kan
uit de Planeetraad worden gezet of de toegang tot de Planeetraad ontzegd
worden, tenzij als gevolg van een bindende uitspraak van de Planeetraad
en bij niet naleving van de publiciteitseis van artikel 12 of van zijn
verplichtingen volgens artikel 28 van dit reglement.
Hoofdstuk 10: PROJECTPERIODIEKEN
Artikel 27
Lid 1 Het project maakt gebruik van een aantal officiële media:
a) een projectperiodiek (tijdschrift) waarin gebeurtenissen en
ontwikkelingen worden gepubliceerd. Dit periodiek verschijnt tenminste
eens per twee aardse maanden;
b) een periodiek, website of ander medium waarin deelnemers alleen of in
samenwerking met andere deelnemers artikelen kunnen publiceren over hun
geo’s als ook over zaken en fenomenen die zich in meerdere geo’s
tegelijk voordoen. De publicatiefrequentie hiervan wordt bij nadere
regelgeving vastgesteld.
Lid 2 De Planeetraad kan daarnaast andere media in het leven roepen
en/of aan andere media officiële status verlenen. De
publicatiefrequentie hiervan wordt bij nadere regelgeving vastgesteld.
Lid 3 De Planeetraad benoemt redacteurs die zorg dragen voor de
verschijning van deze media en toezicht houden op de naleving van dit
reglement door de deelnemers in hun publicaties.
Lid 4 In openbare digitale media mogen geen namen staan van deelnemers
die dat niet wensen.
Artikel 28
Iedere deelnemer is verplicht een door de
Planeetraad vast te stellen financiële bijdrage te betalen ten behoeve
van de instandhouding van het projectperiodiek. Bij nalatigheid wordt de
deelnemer daarvan door de secretaris-generaal op de hoogte gesteld en
komt de geo uiterlijk drie aardse maanden daarna te vervallen.
Vervolgens geldt het bepaalde in artikel 15.
Artikel 29
De redacteur is verplicht per nummer van
elke inzendende deelnemer minimaal één pagina te plaatsen en heeft de
vrijheid er meer te plaatsen. De opname van pagina’s van
aspirant-deelnemers is niet verplicht, maar wel mogelijk.
Hoofdstuk 11: TIJDSCHAAL EN JAARTELLING
Artikel 30
Gehanteerd wordt een tijdschaal die
ongeveer drie keer sneller loopt dan de aardse, dat wil zeggen dat er
een planeetjaar verstrijkt in ongeveer vier aardse maanden.
Artikel 31
Op de aardse data 1 mei, 1 september en 1
januari begint op Pangeo een nieuw jaar, met als beginpunt van het
project 1 mei 2007, welke datum overeenkomt met het begin van het jaar
gezamenlijke jaar 636 A Baarle Condita (A.B.C.).
Hoofdstuk 12. BEËINDIGING VAN HET PROJECT
Artikel 32
lid 1 Het project kan
worden beëindigd op iedere Planeetraadvergadering, mits de beëindiging
van het project in de convocatie aan de orde is gesteld.
lid 2 Het besluit tot beëindiging van het
project behoeft 2/3 van het aantal uitgebrachte stemmen, waarbij geldt
dat tenminste de helft van het aantal deelnemers aanwezig moet zijn op
de Planeetraadvergadering, waarop de beëindiging van het project aan de
orde wordt gesteld, of althans zijn stem schriftelijk kenbaar heeft
gemaakt aan de Secretaris-Generaal, zoals bepaald in artikel 25.
lid 3 Tenzij de Planeetraad bij de beëindiging anders besluit, valt een
eventueel batig saldo toe aan het Genootschap voor Geofictie.
Hoofdstuk 13: WIJZIGING VAN HET REGLEMENT
Artikel 33
Dit reglement kan met een meerderheid van
2/3 van de stemmen door de Planeetraad worden gewijzigd. Een voorstel
tot wijziging van dit reglement dient in de convocatie aan de orde te
worden gesteld.
Hoofdstuk 14: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 34
lid 1 Dit reglement is aangenomen op 9
september 2007.
lid 2 Met de aanneming van dit reglement komen eerdere reglementen te
vervallen.
Artikel 35
Waar in dit regelement ‘hij’, ‘zijn’ of
‘hem’ staat, dient ook ‘zij’ en ‘haar’ te worden gelezen.
Artikel 36
De planeet kent geen regulering van andere
zaken dan hiervoor, in de basisgegevens, in nadere werkafspraken of in
ongeschreven gewoonterecht is vastgelegd, waarbij alleen de regels van
dit reglement en de beperkingen voortvloeiend uit het raamwerk van de
basisgegevens afdwingbaar zijn. Een en ander houdt in, dat een ieder op
de planeet vrij is in de naam, inrichting, cultuur, techniek,
historische periode en algehele vormgeving van zijn geo, mits blijvend
binnen het raamwerk van algemene planetaire historie, geofysische en
klimatologische gegevens, geografische gegevens en met inachtneming van
artikel 7 van dit reglement, en ook in zekere harmonie met de andere
deelnemers, vast te stellen. |