EEN VOORLOPIGE KENNISMAKING MET HET LAND SEVOSETIË

In het projekt Thalassa is het land Sevosetië wellicht een buitenbeentje, namelijk een aan lager wal geraakte tweederangs zeemacht en economisch achtergebleven land, dat na een aantal verloren oorlogen in de vorige eeuwen een groot gedeelte van zijn grondgebied aan de buurlanden af moest staan (hetgeen de hier en daar enigszins kunstmatige grenzen verklaart) en waar Sevosetië in principe nog steeds aanspraak op maakt. In de praktijk heeft het land geen mogelijkheden om deze aanspraken kracht bij te zetten en voert daarom noodgedwongen een vreedzame politiek. De laatste jaren bevindt het land zich evenwel in een periode van zeer snelle industrialisatie en een krachtige bevolkingsgroei.

Land, klimaat en inwoneraantallen
Het is een voor Thalassaanse begrippen normaalgroot land (“slechts” vijf miljoen km²) met een koud en ongastvrij klimaat met name in het noorden, maar aanzienlijk milder in het uiterste zuiden, waar zelfs wijnbouw mogelijk is. Het land ligt tussen de staten Uimer (Ymir), Deurdarike (Dardanië)en Jernmarken (IJzerland) en heeft anno 639 (vergelijkbaar met 1840 Aardse jaartelling) ongeveer 40 miljoen inwoners. Vanaf het noorden strekken zich lange bergketens zuidwaards uit en vormen grote hindernissen tussen de diverse delen van het land. Langs de kusten en in het binnenland wordt het land door eindeloze bossen bedekt. Miljoenen keuterboertjes bedrijven hier zo goed als het gaat (en vaak gaat het helemaal niet goed) wat landbouw en veeteelt. De armoede is groot en hongersnood komt vaak voor. Velen trekken naar de snel groeiende steden langs de kust, waar een beginnende industrialisatie op gang is gekomen, of emigreren.
Tussen de meeste steden zijn tegenwoordig postkoetsverbindingen, maar gezien de grote afstanden en de ellendige, modderige wegen is men vaak wekenlang onderweg en het meeste vervoer gaat ´s zomers per schip en ´s winters per slede (of wordt niet vervoerd). De aanleg van spoorwegen is vooralsnog verboden, gezien de vermeende levensgevaarlijke effekten van dergelijke snelheden op de gezondheid van de Sevosetische mens. De hoofdstad van het land is Takkeholm, een rommelige, vieze stad met ongeveer honderdvijftigduizend inwoners en vijfduizend kroegen. s´Lands tweede stad en belangrijkste havenstad, Geutebork, heeft honderdduizend inwoners.Daarnaast zijn er nog enkele andere steden met meer dan vijftigduizend inwoners. De bevolking groeit, met name in de steden, zeer snel.

Bevolking, taal en minderheden
De overgrote meerderheid van de bevolking in Sevosetië is tamelijk homogeen en stamt af van de volksstammen der Sveven, Geuten en Wenden die zich in een verre voorhistorie in deze streken vestigden en uiteindelijk samensmolten tot de huidige Sevosetiërs. Zij spreken een (Germaans geinspireerde) taal met veel ui´s en eu´s erin, het Sevosetisch. Dit is de officiele taal. In de praktijk spreekt men overal een groot aantal dialecten welke bijna als aparte talen beschouwd kunnen worden.
De Sveven, Geuten en in mindere mate de Wenden komen nog in talloze mythen en verhalen over het glorieuze verleden voor als edele onverschrokken krijgers in een soort natuurparadijs. Verscheidene Sevosetische wetenschappers beweren dan ook dat het Sevosetisch de eerste gesproken taal op de wereld was, superieur aan andere talen en daarom vanzelfsprekend de sprake Gods in de Sevosetische kerk.
In het zuidwesten van Sevosetië, langs de grens met Deurdarike, woont een kleine minderheid, de Buirbeuren, die een aan het Sevosetisch verwante taal spreken, terwijl in het zuidoosten, aan de grens met Järnmarken, de Þruiben leven, een gevolg van alle oorlogen met de buurlanden en de daarop volgende grenswijzigingen waardoor gedeelten van zowel Buirbeuren als Þruiben zich plotseling aan de verkeerde kant van de grens bleken te bevinden, nu als Sevosetisch staatsburger met alle rechten en plichten van dien (en in het bijzonder de daarbijhorende gedwongen bekering tot de staatskerk en verbod op het spreken van hun eigen taal).
In het onherbergzame noorden wonen bovendien nog enkele honderdduizenden Seumen (ook wel Suimen genoemd, maar zelf noemen zij zich Lopen). De Seumen spreken diverse varianten van het Seums (Suims/Loops), welke taal volledig van het Sevosetisch verschilt. De Seumen leven van de jacht en het houden van ruindieren. De Sevosetische regering voert met behulp van de staatskerk ook hier een tamelijk repressieve assimilatiepolitiek (verbod op het gebruik van Seums, gedwongen hervestiging in nederzettingen, missie) en stimuleert de kolonisatie van het noorden, waardoor de Seumen steeds meer teruggedrongen worden.

Geschiedenis, godsdienst en grondwet
Het verenigd koninkrijk der Sveven, Geuten en Wenden, zoals Sevosetië officieel heet, kwam in  het jaar 457 (Thalassaanse jaartelling) tot stand, nadat het land zich cirka 80 jaar eerder na een lange en bloedige opstand van het  Deurdaanse juk bevrijd had. De Sveven, Geuten en Wenden werden al vroeg in de geschiedenis door de grootmacht Deurdarike onderworpen en nog vroeger door de legers van een andere grootmacht, het Imperium Laudanum, die volgens een legende hun Sveevse en Geutse tegenstanders overwonnen dankzij de bedwelmende zegeningen van laudanum. Ontwakend uit deze roes kwamen de Sveven en Geuten ook keer op keer in opstand tegen de overheersing daarvan (daarentegen hebben de Wenden nooit de zoete zegeningen van laudanum op kunnen geven en gebruikten het tot ver in onze tijd bij “heimelijke rituelen”. Daar wordt tegenwoordig door de Sevosetische veldwachterij hard tegen opgetreden).
Ongeveer twee eeuwen voor het begin van de Thalassaanse jaartelling bekeerden de Sveven, Geuten en Wenden zich na hun onderwerping door Deurdarike (min of meer gedwongen) tot het Bartholicistische geloof en een belangrijke gebeurtenis in de Sevosetische geschiedsschrijving was de oproep tegen de wantoestanden in de Bartholicistische kerk door de ruiformator Martuin Leuter in het begin van de 6e eeuw. Dit leidde tot een burgeroorlog in Sevosetië tussen aanhangers van het Bartolicisme en volgelingen van Martuin Leuter. Uiteindelijk werd de strijd beslist nadat koning Gastuv III zich in 525 tot de nieuwe leer bekeerde en in een koninklijke ordonnantie de ruiformatorische leer als staatsgodsdienst afkondigde. De koning zelf werd het hoofd van deze Sevosetische staatskerk (en geniet de bijbehorende inkomsten). Natuurlijk wordt van iedere Sevosetiër verwacht dat deze oprecht de ware leer aanhangt en vooral trouw zijn kerkelijke belasting betaalt zodat de koning (door middel van feesten met uitsluitend door de Sevosetische kerk gezegende alcoholische dranken) de helige Sevosetische kerk verdedigen kan tegen de heidense invloeden van het buitenland.
Een andere belangrijke gebeurtenis is de invoering van een constitutie in 560. Na een korte oorlog met een voor Sevosetië rampzalig verloop, wordt koning Gastuv IV in 559 gedwongen om af te treden waarna een Jernmarkse generaal als koning Þarl I de Sevosetische troon bestijgt. Þarl regeerde ruim 30 jaar, weigerde al die tijd hardnekking om het in zijn ogen minderwaardige Sevosetisch te leren, maar voerde een verhoudingsgewijs tamelijk liberale grondwet in die de macht van de koning sterk aan banden legde (en zo kon hij zich natuurlijk bezig houden met de zaken die hem meer interesseerden, hetgeen zijn vele buitenechtelijke kinderen later konden bevestigen). Marteling en slavernij zijn volgens deze grondwet verboden, er heerst in principe vrijheid van meningsuiting  (maar geen vrijheid van godsdienst), er is (een in de praktijk zeer beperkt) stemrecht en het land heeft een onafhankelijke rechtspraak. In de praktijk is de rechtspraak voor Sevosetische staatsburgers met een dikke beurs natuurlijk veel "onafhankelijker" dan voor Sevosetiërs zonder geld, en hetzelfde kan ook wel gezegd worden over de vrijheid van meningsuiting en het stemrecht.
Het parlement is een zogenoemd vierstandenparlement; de adel, de geestelijken, de boerenstand en de burgers kiezen iedere zeven jaar de 49 parlementsleden die hun stand vertegenwoordigen. Het stemrecht voor de boeren- en burgerstand (tesamen ongeveer 96 % van de bevolking) geldt overigens alleen voor diegenen die meer dan een bepaalde hoeveelheid belasting betalen (dat is ongeveer een vijfde deel van de bovengenoemde 96 %) en in het geheel niet voor vrouwen. Het parlement heeft een beperkte, meest adviserende macht, maar heeft het recht om bijv. wetsvoorstellen van koning of regering af te wijzen. De regering is verantwoording schuldig aan het parlement, maar trekt zich daar niet altijd veel van aan, en ook de huidige koning Uiskar I, een kleinzoon van Þarl I, heeft het maar moeilijk met zijn door de constitutie beperkte macht.

Officiële naam: Sevosetië
Oppervlakte: n.t.b.
Inwonertal:
n.t.b.
Staatsvorm:
n.t.b.
Nationale feestdagen: n.t.b.

BEVOLKING
Bevolkingsdichtheid:
n.t.b.
Grote steden:

     Takkeholm
Talen: Sevosetisch (en Suims/Loops en andere door de Sevosetische overheid niet erkende talen)
Godsdienst:
ruiformatorische staatskerk

BESTUUR
Hoofdstad:
Takkeholm
Administratieve indeling: n.t.b.
Staatshoofd:
koning Uiskar I
Parlement: vierstandenparlement met 49 leden
Regeringsleider:
n.t.b.
Minister van Buitenlandse Zaken:
n.t.b.

KAART