|
Het Dardaanse Rijk heeft binnen
zijn grenzen veel verschillende volkeren en uiteenlopende
godsdiensten, een handvol los aangehechte vazalstaten en één
vrij groot overzees gebiedsdeel. Dit doet des te meer de
behoefte aan samenbindende factoren voelen. In de eerste
plaats is er één dominerende cultuurtaal, het Dardaans,
een taal met een geschreven traditie van twee-en-een-half
millennium die tevens één van de grote handelstalen van
Thalassa is. Volgens de ('enige ware') staatsgodsdienst, het
Dardaans-Bartholicisme, de 'ekklēsia alēthēs
archaiologos aei archousa' (de ware, traditionele, altijd
heersende Kerk). Vandaag de dag worden andersdenkenden niet
meer vervolgd, en is menig onderdaan des rijks aanhanger van
Bā (of erger), maar de bestuurlijke en militaire elite wordt
desalniettemin geacht minstens nominaal het Bartholicisme te
belijden. Het Dardaanse Volkslied, de 'Vermaning van
Nikaia' ('Hymnos Parainētikos tēs Nikaias'), dat geschreven
werd om op te roepen de smadelijke nederlaag bij Nikaia (in
590 A.B.C. tegen de Ymirezen) te wreken. Het volkslied heeft
een zeer aanstekelijk refrein met de woorden: 'Thanatos ē
Patris!' ('de Dood of het Vaderland'). In de praktijk wordt
het rijk bijeengehouden door een goedgeschoold
bestuursapparaat, dat steunt op de krijgsmacht, die
bestaat uit een staand landleger en bovenal een marinevloot
die één van de grootste en modernste ter wereld is. Maar
bovenal de levende belichaming van het Dardaanse Rijk, de
keizer (autokratōr tōn Dardanōn kai tou kosmou), die
geplaatst is in een traditie die loopt vanaf de eerste
Laudaanse keizers en die regeert met de aanspraak
uitverkoren te zijn door God.
De
belangrijkste symbolische verbeelding van de macht en
pretenties van het Dardaanse Rijk is het rijkswapen
('sēma',
rechts). De zon en de zwaarden staan voor de almacht van de
Enige Ware God, die met deze tekens zich dag en nacht aan de
mensen manifesteert, en onder wiens hoede de Dardanen mogen
floreren. De tweekoppige adelaar geeft aan dat het Rijk zich
beschouwt als de enige opvolger van zowel het Noordelijk als
het Zuidelijke Laudaanse Rijk, waarover slechts één heerser
de echte keizer kan zijn, wat aangeduid wordt doordat er één
kroon is afgebeeld: de Heilige Kroon (hosios
stephanos) der Dardanen.
De
standaard van het Dardaanse Rijk ('megalē
autokratikē sēmaia', links) is dé vlag. Het is de vlag
waaronder de keizerlijke troepen (te land) ten strijde
trekken. Het is de vlag die wappert òp de keizerlijke
residentie, en daarmee voorgaat voor alle andere Dardaanse
vlaggen. Hij wappert dan ook op het hoogste punt van alle
Dardaanse vestigingen, forten en kazernes in het moederland
en daarbuiten. Wanneer een schip onder deze standaard vaart,
betekent dat dat de keizer aan boord is.
De
ambtelijke vlag ('dēmosion
sēma', rechts) is de Dardaanse vlag die te land gebruikt
wordt door de bestuurlijke autoriteiten. Hij wappert dus bij
stadhuizen, kanselarijen, politiebureaus, belastingkantoren,
tolhuisjes en paleizen. Ter zee is hij in gebruik op
vaartuigen van de douane en andere publieke orde- en
controlediensten, en daarnaast op alle veerboten die binnen
de Dardaanse territoriale wateren varen (deze vallen
namelijk onder een Rijksdienst der Veerdiensten).
De
burgerlijke vlag of 'volksvlag' ('dēmotikon
sēma', links) is een vereenvoudigde (en dus goedkopere)
versie van de ambtelijke vlag.
Daarnaast
is er de 'kleine vlag' ('mikron sēma',
rechts). Het staat particulieren vrij om ook deze vlag te
gebruiken als teken van verbondenheid aan het Dardaanse
vaderland. In de internationale scheepvaart wordt hij
gebruikt als 'geus', als Dardaans herkenningsteken op
sloepen en als alternatieve vlag op schepen die de Dardaanse
wateren niet verlaten.
Tot slot
hieronder ter linkerzijde de grote koopvaardijvlag
('meizon emporion sēma').
De Dardaanse marinevlag ('nauarchikē sēmaia',
rechts), die ten onrechte overzee te boek staat als
'oorlogsvlag', is niet voor niets helderrood...
|