ALGEMENE KAARTEN

KLIMAATKAARTEN EIGEN KAARTEN

Planetaire gegevens
omtrek: 36.442,47 km
massa: 4,839*1024 kg
gravitatie (minus centrifugale kracht): 9,59 m/sec2
omloopsnelheid (om de zon): 35961782 s = 1,14 aardjaar
rotatiesnelheid (etmaallengte): 25 aardse uren, 4 minuten en 41 seconden
omloopsnelheid in plaatselijke dagen: 398 en een derde (elke drie jaar een schrikkeldag)
afstand tot de zon: 6% verder dan de aarde

Klimaat
Dit is de voorlopige berekening van het klimaat die ons geholpen heeft het uiteindelijke model voor het project te kiezen. Een definitief verhaal over het klimaat op Thalassa vinde men hier. Het klimaat was oorspronkelijk berekend voor drie modellen, die hieronder worden toegelicht. Het derde model is definitief gebleken.

MODEL 1: DE EQUATORIALE ZEE
(kaarten 1 t/m 4)

Toelichting bij kaarten 1 t/m 3:
Groen is hoge druk, geel-bruinig is lage druk. Donkerdere kleuren zijn extremere hoge / lage druk. Blauwe pijlen zijn dominante windrichtingen. Rode lijnen zijn fronten. Licht-geel-bruinige sterren zijn lagedrukgebieden die ontstaan in / door storingsfronten. Rode pijlen daarin geven de bewegingsrichting van die storingsdepressies aan.

Omdat het landschap niet gelijkmatig is, zal er niet één langgerekt lagedrukgebied langs de zuidkust zijn (zoals in kaart 1), maar een serie van losse lagedrukgebieden. Dat heeft belangrijke gevolgen. Kaart 2 geeft een beeld van de storingen (neerslag en nieuwe lagedrukgebieden) die ontstaan daar waar koude, droge lucht en warme, vochtige lucht elkaar treffen. De losse lagedrukgebieden langs de zuidkusten laten hier en daar warme luchtstromen door naar het binnenland die daar zulke storingen veroorzaken. Daarnaast ontstaan er storingen ten noordwesten van de zee.

Kaart 3 laat de situatie in een korte periode in het midden van de lente en herfst zien.

Toelichting bij kaart 4:
De dikke, rode lijn is de grens van het bewoonbare gedeelte.

P = poolwoestijn: wordt niet (veel) warmer dan min 10 in de zomer en is gemiddeld min 40 in de winter. Althans, dat zijn de gegevens in het gebied vlak langs de rode lijn. Aan de polen bijvoorbeeld ligt de gemiddelde temperatuur dicht in de buurt van de min 120 graden. In de gehele poolwoestijn is het extreem droog. Neerslag bedraagt niet meer dan enkele millimeters per eeuw(!).

T = toendra en taiga (van noord naar zuid). 's Winters gemiddeld tussen de min 40 en de min 12 graden; 's zomers gemiddeld tussen de 0 en 5 graden. Weinig neerslag: hoe dichter bij de poolwoestijn, hoe minder. Bestaansgrond: extensieve veeteelt.

C1 = koel continentaal klimaat (vgl. westelijk Rusland). 's Winters gemiddeld tussen de min 12 en min 5 graden; 's zomers gemiddeld tussen de 9 en 12 graden. Het hele jaar betrekkelijk weinig neerslag. Bestaansgrond: extensieve veeteelt, bosbouw & jacht, een beetje extensieve akkerbouw.

C2 = continentaal klimaat. 's Winters gemiddeld tussen de min 5 en min 0 graden; 's zomers gemiddeld tussen de 12 en 17 graden. Droge winters, maar zeer wisselvallige zomers, herfsten en lentes (met stormen, hevige neerslag en droogteperiodes). Bestaansgrond: intensieve veeteelt en akkerbouw, tuinbouw etc.

G1 = gematigd klimaat. 's Winters gemiddeld tussen de 0 en 6 graden; 's zomers gemiddeld tussen de 17 en 20 graden. Droge winters, maar zeer wisselvallige zomers, herfsten en lentes (met stormen, hevige neerslag en droogteperiodes). Bestaansgrond: intensieve veeteelt en akkerbouw, tuinbouw enz.

G2 = gematigd klimaat. 's Winters gemiddeld tussen de min 3 en 8 graden; 's zomers gemiddeld tussen de 15 en 18 graden. Het hele jaar neerslag, maar zeer wisselvallig (stormen, hevige neerslag en droogteperiodes). Bestaansgrond: intensieve veeteelt en akkerbouw, tuinbouw enz.

M1 = matig warm klimaat. 's Winters gemiddeld tussen de 6 en 16 graden; 's zomers gemiddeld rond de 20 graden. Droge winters, maar zeer wisselvallige zomers, herfsten en lentes (met stormen, hevige neerslag en droogteperiodes). Bestaansgrond: intensieve veeteelt en akkerbouw, tuinbouw enz.

M2 = gematigd klimaat. 's Winters gemiddeld tussen de 6 en 16 graden; 's zomers gemiddeld rond de 20 graden. Het hele jaar neerslag, maar zeer wisselvallig (stormen, hevige neerslag en droogteperiodes). Bestaansgrond: intensieve veeteelt en akkerbouw, tuinbouw enz.

S = steppe. Temperaturen vergelijkbaar met naastliggende zones, maar extremer (gemiddeld 30 graden aan de evenaar). Weinig neerslag. Overgangsfase tussen 'leefbare' en 'onleefbare' klimaten.

W = woestijn. Gemiddelde temperatuur 35 graden. Neerslag bedraagt niet meer dan enkele millimeters per eeuw(!).

D = droge zone. Zone met gematigde temperaturen, maar vrijwel geen neerslag. Neerslag bedraagt niet meer dan enkele millimeters per eeuw(!).

Vanzelfsprekend is alles nog wel uitgaand van een reliefloze kaart, maar de effecten van relief zijn behoorlijk te voorspellen. Oost-westelijke bergruggen leiden veelal tot uitbreiding van het koude, droge gebied in de richting van de zee en meer neerslag tussen de bergrug en de zee (en moeten dus zoveel mogelijk vermeden worden). Noord-zuidelijke bergruggen hebben minder extreme effecten.

MODEL 2: DE VERTICALE ZEE
(kaarten 5 en 6)

Op basis van de toelichting bij de kaarten 1 t/m 4 moeten deze kaarten voor zich spreken.

 

MODEL 3: HET HOEFIJZER
(kaarten 7 t/m 14)

Toelichting bij kaart 7:
Vorm van de zee, eventueel met toevoeging van een smalle zeestraat, waardoor het midden een (enorm) eiland wordt. Door dominante winden (zie latere kaarten) onstaat een stroming van het noord-oosten via het zuiden naar het noord-westen. Weggeblazen water in het noord-oosten wordt van onderaf vervangen door koud water. In het noord-westen zinkt afkoelend water. Het koude water verplaatst zich op grotere diepte in tegengestelde richting van het oppervlaktewater. In het noord-oosten leidt het koude water tot gematigdere temperaturen en meer neerslag. In het noord-westen zijn door het relatief warme water de temperaturen ook wat meer gematigd, maar wordt de neerslag in een deel van het gebied juist beperkt.

Zie voor een toelichting bij de kaarten 8 en 9 de toelichting bij de kaarten 1 t/m 3. Belangrijkste verschil met eerdere modellen is de invloed van zeewatertemperatuurverschillen op drukgebieden.

Toelichting bij kaarten 10 t/m 12:
Knalgeel is kurkdroog. Daar vallen hooguit enkele millimeters regen of sneeuw per eeuw. Op het grensgebied zullen wel wat korstmossen en insecten voorkomen, maar verder is daar geen leven mogelijk (behalve als er in een ander seizoen wel neerslag valt). Lichtgeel is steppe en woestijnsteppe. Hoe donkerder blauw, hoe meer neerslag. In kaart 12 worden de gegevens van 10 en 11 gecombineerd. De dikke rode lijn (herhaald in kaarten 13 en 14) is de grens van het bewoonbare gebied. Het blauwe gebied (dikke groene lijn) is het gebied waar landbouw en, derhalve, steden en beschaving mogelijk zijn. Daarbuiten - tussen de dikke, groene en rode lijnen in kaarten 13 en 14 - is alleen jacht, extensieve veehouderij en visserij mogelijk.

Toelichting bij kaarten 13 en 14:
Geel is warm, blauw is koud. De cijfers zijn de gemiddelde temperaturen in de midwinter- en midzomermaand (vgl. januari/juli). De zwarte stippellijnen zijn permafrost-grenzen. De witte stippellijnen zijn pakijs-grenzen in zomer en winter. De dikke, rode lijn is de uiterste grens van het leefbare gebied. De dikke, groene lijn is de uiterste grens van het gebied waarin (intensieve) landbouw (en dus enige beschaving) mogelijk is.