Grammatica van het Sambeeks
 Back to my geofiction main page

Het Sambeeks is een isolaat: er zijn geen bekende verwante talen. De taal speelde voor het eerst mee in de Confederatie Qírqir als de voertaal van de deelstaat Sambekistan, maar thans figureert het in IJzerland, waar de taal officiële status heeft. · The Sambeke language is a language isolate: there are no languages that are related to it - as far as known. Originally, the language played a small role in the Qírqir Confederacy as the main language of the member state of Sambekistan, but now it is one of the official languages of IJzerland. · La langue sambecque est un isolat: il n'y a pas une filiation avec aucune autre langue. Le sambecque était la langue officielle du Sambekistan, un pays membre de la Confédération Qírqroise, mais au moment il est la deuxième langue officielle de l'IJzerlande. · Das Sambekisch ist eine isolierte Sprache: es lässt sich keine Verwantschaft zu anderen Sprachen nachweisen. Die Sprache wurde zum ersten Mal benutzt in der Qírqir Konföderation als erste Sprache des Mitgliedstaates Sambekistan, aber jetzt ist es eine offizielle Sprache in IJzerland. · Sambekesch ass eng isoléiert Sprooch: et ass mat kenger anerer Sprooch Famill. D'Sprooch gouf fir d'éischt an der Qírqir Confederatioun benotzt am Memberstaat Sambekistan, awer elo ass et eng offiziell Sprooch an IJzerland.

Introductie

Het Sambeeks is één van de drie door de overheid officieel erkende talen in IJzerland. Het is een isolaat, wat wil zeggen dat er - voor zover bekend - geen enkele andere taal aan verwant is. Sambeeks is een ingewikkelde taal om uit te spreken, maar ook om te begrijpen; uitgangen die de functie van het woord in de zin moeten verklaren, komen in het Sambeeks vaak op andere momenten voor dan in de omringende taalgebieden. Het achttallige telsysteem vereist van de student voorts enige wiskundige vaardigheid.

Dv Sjdĕĕrj sambeqqĭs am qeba jqmŏdăbest, tăs-jedjs sqnŏŏst o qaanjpĕse r-sŏqjtomŏsts. Amĕ erqj jqmŏdăb, jedjs aksiŏŏm, i qossoqne amŏsnĭ jqmŏdăb meqtrjse aqt - jnadee qnŏŏst. Sambeqqĭs am oard jqmŏdăb wĕ buuvooqt, seq feq wĕ butrvaad; buuhamqeŏ, jedjs jemj hermĕĕnj troopjsĕ lŏttis dv loogjs, dv sambeqqĭs rjmuuqa boj rd amŏsnĭw pirjŏdda hest dv kelwăqjprentŭŭw erjnĕliŏqt jqmŏdăb. Opvarĭzm sistĕĕmsĕ arĭzmqod kaawpej buu vroowdqŏdruus buĕppemj sjdet masĕmaat qnŏŏst.

Fonologie

Het Sambeekse alfabet telt 28 letters en is gebaseerd op het IJzerlandse alfabet (een combinatie van Armeense, Cyrillische en Griekse letters), dat oorspronkelijk weer van het Dardaanse (Griekse) is afgeleid. Een aantal in het Sambeeks overbodige IJzerlandse tekens zijn komen te vervallen of hebben een andere functie gekregen, terwijl het alfabet is uitgebreid met tekens voor klanken die specifiek Sambeeks zijn.

Het Sambeeks heeft vijf neutrale klinkers (de klinkers die in de Latijnse transcriptie geen omgekeerd dakje hebben) en vijf zogeheten 'zangklinkers' (die met het omgekeerde dakje). Voor niet-Sambeken is het onmogelijk om Sambeekse zangklinkers perfect te reproduceren. Onderzoekers zijn van mening dat het mensen die in de Sambeekse gemeenschap worden opgenomen, drie tot vijf generaties kost om het spraaksysteem zó te ontwikkelen, dat een spreker een uitspraak heeft bereikt die dicht in de buurt komt van die van autochtone Sambeken. De gevoeligheid van deze klanken brengt met zich mee, dat een autochtone Sambeek met een schorre stem al moeite heeft met de correcte uitspraak van zijn eigen taal. Binnen de Sambeekse gemeenschap bestaat er ook een aangeboren afwijking van de stembanden - die trouwens ook voorkomt bij anderstaligen, maar daar heeft zij verder weinig gevolgen - die het onmogelijk maakt om zangklinkers uit te spreken. Naast het feit dat Sambeken een hechte groep vormen, zodat het al snel algemeen bekend is wie aan deze aandoening lijdt, schijnt er een geheime code te zijn waarmee een afwijkende Sambeek zich aan een andere Sambeek kenbaar kan maken. Per ongelijk voor een allochtone spreker worden aangezien is namelijk een enorme blamage voor een afwijkende Sambeek.

Ten aanzien van de medeklinkers zijn er drie bijzonderheden:
Allereerst de twee k-klanken. De q is een harde k, die achter in de mond wordt uitgesproken. De k is zachter, en wordt vóór in de mond uitgesproken. Beide zijn stemloos. De stemhebbende variant voor zowel k als q is de g (uit te spreken als in Engels good).
Dan is er de j, die op diverse plekken in een woord kan opduiken, maar nóóit als aparte lettergreep uitgesproken mag worden (dus geen 'ingeslikte i' of iets dergelijks). Wanneer een j volgt op een s of een z, worden deze combinaties daarentegen geen sj of zj, maar een vlakke, voor in de mond uitgesproken s-j en z-j. Hetzelfde geldt voor andere medeklinkers waarmee de j eventueel kan samensmelten.
Tot slot kunnen medeklinkers - op de j na - in hun eentje een lettergreep vormen. Plosieve klanken (of plofklanken) kunnen in sommige gevallen fricatief (als wrijfklank) worden uitgesproken. De plosieve lipklanken p en b worden dan uitgesproken als f resp. v; de keelklanken k en q veranderen in een stemloze ch-klank (zoals in het Nederlandse 'lachen'), g verandert in een stemhebbende ch-klank (zoals de g in het Nederlandse 'wij verhoogden') en de tandklanken t en d tot slot worden uitgesproken als respectievelijk s en z (en dus niet als þ en ð). In de spelling verandert er overigens niets - Sambeeks heeft geen aparte tekens voor de ch-klanken.

Morfologie

De vormen van het Sambeeks zijn vrij overzichtelijk. Het werkwoord krijgt bijvoorbeeld alleen suffixen als er verder geen onderwerp in de zin staat, en de tijdsaanduidingen zijn allemaal samengesteld uit meerdere woorden. Veel Sambeekse werkwoorden zien er ook precies hetzelfde uit als de corresponderende naamwoorden en ook bijvoegelijke en zelfstandige naamwoorden zijn vaak alleen door de plaats in de zin van elkaar te onderscheiden: jdeetqe betekent dus zowel 'verdedigen' als 'verdediging'. Daarentegen heeft het telwoord (t/m 8) weer clitische vormen die het meervoud specifieker doen aanduiden en spelen de clitische vormen van het persoonlijke voornaamwoord een aardige rol in bezitsaanduidingen en, zoals gezegd, in het werkwoord. Deze clitische vormen kunnen ook in combinatie worden aangetroffen.

Substantieven en adjectieven

Het Sambeeks maakt onderscheid tussen bepaalde en onbepaalde vormen en kent enkelvoud en meervoud. Woorden die eindigen op een klinker hebben soms andere uitgangen dan die op een medeklinker. Wanneer ze attributief gebruikt worden, staan bijvoegelijke naamwoorden normaliter vóór het zelfstandige naamwoord.

s stam op een consonant s stam op een klinker
sing. indeterm.
plur. indeterm.

sing. determ.
plur. indeterm.
soot tăjjqen
soota tăjjqena

soot tăjjqens
soota tăjjqens
een laag land
lage landen

het lage land
de lage landen
  kaăre mŏbrje
kaărew mŏbrjeŏ

kaăre mŏbrjes
kaărew mŏbrjes
een nieuw lid
nieuwe leden

het nieuwe lid
de nieuwe leden
Predicatief gebruikte bijvoegelijke naamwoorden (d.w.z. als naamwoordelijk deel van het gezegde) volgen meestal op het zelfstandige naamwoord en de persoonsvorm van het werkwoord. Ze hebben dan nog maar één vorm:
s stam op een consonant s stam op een klinker
sing. indeterm.
plur. indeterm.

sing. determ.
plur. indeterm.
tăjjqen am soots
tăjjqena am soots

tăjjqens am soots
tăjjqens am soots
een land is laag
landen zijn laag

het land is laag
de landen zijn laag
  mŏbrje am kaăres
mŏbrjeŏ am kaăres

mŏbrjes am kaăres
mŏbrjes am kaăres
een lid is nieuw
leden zijn nieuw

het lid is nieuw
de leden zijn nieuw

Trappen van vergelijking
De comparatief wordt achter het zelfstandige naamwoord geplaatst, met ertussen het comparatiefpartikel bu: tăjjqen bu jsoots = 'een lager land'. Woorden die op een medeklinker eindigen, krijgen in de comparatief het prefix j- en het suffix -s. Stammen die op een klinker eindigen, krijgen slechts het prefix j-. Bij woorden die al beginnen met een j- verandert deze in de comparatief in ĭq-. De vergrotende trap is verder onveranderlijk van vorm.

De superlatief gedraagt zich als een bijvoegelijk naamwoord in de stellende trap en wordt dus vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst. De stam wordt voorzien van het prefix j-; woorden die al met een j- beginnen, veranderen deze in ĭq-. Er zijn geen specifieke uitgangen, anders dan die al voorkomen in de stellende trap. Jkaăre mŏbrjes = 'het nieuwste lid'; mŏbrje am jkaăres = 'het lid is het nieuwst'.

Onregelmatige trappen van vergelijking zijn: 1) nee - bu jna - jna = 'goed - beter - best'; 2) qĕnjz - bu jqŏŏs - jqŏŏs = 'groot - groter - grootst'; 3) boedĕ - bu jfa - jfa = 'weinig - minder - minst'.

Bijwoordelijk gebruikte bijvoegelijke naamwoorden krijgen het partikel o voor de stam. In de vergrotende trap komt dit tussen bu en het bijvoegelijke naamwoord in: o verandert dan in jo en prefix en suffix van het bijvoegelijke naamwoord komen te vervallen: o soot - bu jo soot - o jsoot = 'laag - lager - laagst'. De bijwoordelijke vormen van de trappen van vergelijking van nee 'goed' luiden: ŏwn - bu j'ŏwn - j'ŏwn = 'goed/wel - beter - best'.

Pronomina

De meeste voornaamwoorden zijn normale woorden die, afhankelijk van zelfstandig of bijvoegelijk gebruik, verbogen worden als normale zelfstandige en bijvoegelijke naamwoorden. Ter illustratie:

avs = 'deze', 'dit', 'die', 'dat' (aanwijzend). Zelfstandig gebruikt: avs (stam: av-) is bijna altijd bepaald en de theoretische onbepaalde vormen av en ava komen dan ook niet in het wild voor. Als bijvoegelijk gebruikt voornaamwoord zouden deze nu juist wél moeten voorkomen, maar de bijvoegelijke stam heeft zich ontwikkeld tot avs, meervoud avsa. Na een bijvoegelijk gebruikt avs volgt altijd een naamwoord in de bepaald vorm. Predicatief avss komt wel voor, maar is erg zeldzaam. Voorbeelden:

avs am kaăre mŏbrjes = 'dit is het nieuwe lid'
avs am kaărew mŏbrjes = 'dit zijn de nieuwe leden'
avs kaăre mŏbrjes = 'dit nieuwe lid'
avsa kaărew mŏbrjes = 'deze nieuwe leden'

qĕwvs? = 'wie?', 'wat?', 'welke?' (vragend). Hiervoor geldt hetzelfde als bij het aanwijzende voornaamwoord, behalve dat de stam van de zelfstandig gebruikte vorm hier qĕwvs luidt (en niet qĕwv). De vragende voornaamwoorden drukken namelijk altijd een onbepaaldheid uit. Ook de stam van het bijvoegelijke vragende voornaamwoord luidt qĕwvs. Na een bijvoegelijk gebruikt qĕwvs volgt altijd een naamwoord in de onbepaalde vorm. Voorbeelden:

qĕwvs am kaăre mŏbrjes? = 'wie is het nieuwe lid?'
qĕwvs am kaărew mŏbrjes? = 'wie zijn de nieuwe leden?'
qĕwvs amom? = 'wie ben jij?'
qĕwvs amĕ? = 'wat is dat?'
qĕwvs kaăre mŏbrje? = 'welk nieuwe lid?'
qĕwvsa kaărew mŏbrjeŏ? = 'welke nieuwe leden?'

jedjs = 'die', 'dat'; 'wie', 'wat' (betrekkelijk). Dit voornaamwoord heeft altijd dezelfde vorm.

avsoo = 'eenzelfde'; avsoos = 'dezelfde', 'hetzelfde' (bepalend). Avsoo en avsoos zijn onbepaalde en bepaalde varianten van elkaar en worden bijvoegelijk gebruikt. De zelfstandige vorm 'zelf' onstaat door de achtervoegsels -psĕ (na een klinker) of -oos (na een medeklinker) achter het naamwoord of voornaamwoord te plaatsen. In zekere zin is de zelfstandige vorm dus niet helemaal zelfstandig; het dient meer als versterking van een ander zelfstandig woord. Aipsĕ = 'ikzelf'; nosoos = 'zijzelf'; mŏbrjeŏpsĕ nosi buwĕqen hqeedis = 'enkele leden hebben het voorstel zelf ingediend'; mŏbrjesoos nosi buwĕqen hqeedis = 'de leden hebben het voorstel zelf ingediend'; Boqqa Oddoos nosi buwĕqen hqeedis = 'Boqqa Odd zelf heeft het voorstel ingediend'.

Pronomina personalia en het werkwoord
De persoonlijke voornaamwoorden zijn wat uitgebreider dan de andere voornaamwoorden. Er bestaan op zichzelf staande varianten en van de meeste personen ook clitische varianten.
s zelfstandig clitisch I clitisch II s s zelfstandig clitisch I clitisch II
ik
jij
u (sing.)
hij
zij
het 1
het 2
het 3
men
ai*
om
nouq

nos
aqt
edv
nĕve
jdŏq
-
-mĕ
-nqĕ
-nĕ
-ns
-qt
-dv
-nve
-jdĕ
-j
-om
-ouq

-os



-jdĕ
  u beiden

wij
jullie
u (plur.)
zij (masc.)
zij (fem.)
zij (neut./determ.)
zij (indeterm.)
mĕl

jeu
ĕma
qda
niŏ
niŏ
dva
niŏ
-mĕl

-jŏ
-ma
-qda
-njŏ
-njŏ
-dva
-njŏ
-

-u
-ĕm
-ĕd
-
-
-a
-

Enkele opmerkingen bij de tabel: het 1 = bepaald telbaar onzijdig (verwijst bijvoorbeeld naar 'het boek' of 'het jaar'), het 2 = bepaald ontelbaar onzijdig (verwijst naar 'het gelijk', 'het geluk'), het 3 is onbepaald onzijdig ('een boek, 'een jaar', etc.).
De vormen onder Clitisch I komen achter woorden die op een klinker eindigen; de vormen onder Clitisch II achter woorden die op een consonant eindigen.

Sambeeks heeft één tweevoudsvorm (dualis): u beiden. Het is niet zeker of er ooit voor de eerste en derde persoon ook vormen hebben bestaan; ze zijn in ieder geval niet overgeleverd en aangezien Sambeeks een isolaat is, bestaat er ook geen vergelijkingsmateriaal.

* Alhoewel het Sambeeks niet beschikt over naamvallen, heeft de eerste persoon enkelvoud ai de aparte vorm jŭi, wanneer het als meewerkend voorwerp wordt gebruikt of wanneer het wordt voorafgegaan door een voorzetsel dat een toenadering weergeeft. Toondĕm jŭi beebilaŏ = 'jullie geven mij boeken'; tjpaaqqe qeem hamqenqĕ buu ai, bujsj qjrĕĕnt! = 'als u niet van mij weggaat, ga ik gillen!'; tjpaaqqe qeem kŏrouq bu jŭi, bujsj qjrĕĕnt! = 'als u niet naar mij toekomt, ga ik gillen!'

Toepassingen van de persoonlijke voornaamwoorden
1) Als persoonsvorm bij een werkwoord (wanneer er verder geen duidelijk onderwerp in de zin aanwezig is): kŏr = 'komen'; kŏrj = 'ik kom'; kŏros = 'zij komt'; niŏ kŏr = 'zij komen'. Jemhŏ = 'verwoesten'; ai jemhŏ = 'ik verwoest'; jemhŏns = 'zij verwoest'; jemhŏnjŏ = 'zij verwoesten'. Mŏbrjes kŏr = 'het lid komt' of (!) 'de leden komen'.
2) Als bezittelijk voornaamwoord: maqmj = 'mijn hond'; maqmos = 'haar hond'. Let op nuanceverschillen: traenjŏ = 'hun huis' (uit een onbekende hoeveelheid huizen); traeŏnjŏ = 'hun huizen' (uit een onbekende hoeveelheid huizen); traes niŏ = 'hun huis' of 'hun huizen' (alle huizen die van hen zijn).
3) Als omgekeerde genitiefconstructie. De relatie tussen de bezitter en het bezetene wordt niet aangeduid door een genitiefuitgang achter de bezitter te plaatsen, maar door achter het bezetene en suffix te plaatsen dat naar de relatie met de bezitter verwijst. De zin 'de hond van de man' zou letterlijk vertaald worden als '{zijn hond}+{de man}', waarbij 'zijn' verwijst naar {de man}. Zo treden de volgende variaties op:

maqmĕ qŏljeds = 'een hond van de man'
maqmanĕ qŏljeds = 'honden van de man'
maqmsĕ qŏljeds = 'de hond(en) van de man'
maqm niŏ qŏljeds = 'een hond van de mannen'
maqmanjŏ qŏljeds = 'honden van de mannen'
maqms niŏ qŏljeds = 'de hond(en) van de mannen'
tortĕns vŭŭqjtis = 'een kind van de vrouw'
tortĕŏns vŭŭqjtis
= 'kinderen van de vrouw'
tortĕsos vŭŭqjtis
= 'het kind/de kinderen van de vrouw'
tortĕnjŏ vŭŭqjtis
= 'een kind van de vrouwen'
tortĕŏnjŏ vŭŭqjtis
= 'kinderen van de vrouwen'
tortĕs niŏ vŭŭqjtis
= 'het kind/de kinderen van de vrouwen'

Zoals uit enkele voorbeelden hierboven al blijkt, wordt de op zichzelf staande variant van het voornaamwoord gebruikt als er geen clitische variant van is. Bij werkwoordsvormen komt deze vóór het werkwoord; bij bezittelijke voornaamwoorden komt deze achter het zelfstandige naamwoord. De uitgangen der persoonlijke voornaamwoorden worden na eventuele meervouds- en bepaaldheidsuitgangen geplaatst.

Numeralia

Zoals eerder in deze uiteenzetting uiteen werd gezet, heeft het Sambeeks een achttallig telsysteem. Er zijn acht tekens, die afgeleid zijn van het Dardaanse (Griekse) alfabet: Ο = 0 tătjze = 'nul'; Α = 1; Β = 2; Γ = 3; Δ = 4; Ε = 5; Ϝ = 6; Ζ = 7. De opbouw van de getallen geschiedt verder hetzelfde als in ons normale, tientallige stelsel: ΑΟ (te transcriberen als '10') = 8; ΑΑ ('11') = 9, etc. De getallen worden officieel met Dardaanse hoofdletters geschreven, maar sommige schrijvers achten het stilistisch beter om de kleine letters te gebruiken: ο, α, β, γ, δ, ε, ϝ, en ζ.

De hoofdtelwoorden 1 t/m 8 hebben zelfstandige en clitische vormen. De clitische telwoorden worden maar al te vaak gebruikt als basis voor andere telwoorden, wat een voor niet-Sambeken nogal complex systeem tot gevolg heeft. Voeg daaraan de decimale leenwoorden toe die de oorspronkelijke Sambeekse woorden voor bijvoorbeeld 9, 10, 20 en 100 hebben verdreven, en de chaos is compleet.

Van de rangtelwoorden bestaan zelfstandige en bijvoegelijke varianten. Het zelfstandige rangtelwoord is links gemarkeerd, wat wil zeggen dat het meest linkse deel van het woord een specifieke vorm aanneemt als zelfstandig rangtelwoord; alles wat daar achteraankomt, ziet er uit als een zelfstandig hoofdtelwoord. Bijvoorbeeld: ands oqq = 'de zestiende' (naast oqqĕtt = 'zestien'), maar pvŏnds-oqqĕtt = 'de 80ste' (naast pvŏwĕb-oqqĕtt = 'tachtig').

De bijvoegelijke rangtelwoorden luiden bijna volledig hetzelfde als de zelfstandige hoofdtelwoorden, behalve dat de woorden voor 'eerste', 'tweede' en 'vierde' afwijken.

decimaal hoofdtelwoord zelfst. hoofdtelwoord clitisch rangtelwoord zelfst. rangtelwoord bijv. weergave

0
1
2
3
4
5
6
7
8

tătjze
qeb 'één'
ŏnd
zod
luqmo (ŏndĕtt)
zezi
jowd (zodĕtt)
oeqi
oqq
-
-ĕb; -w
-ĕtt; -d
-est; -ze
-ŭqmo; -qem
-ezzi; -z
-id; -jud
-ĕqi; -qi
-oqq; -p
-
aqvs 'de eerste'
ands
zods
lauds
zaezs
idvs
jeqs
opvs
-
qaŭ
and
zod
luqma
zezi
jowd
oeqi
oqq
Ο
Α
Β
Γ
Δ
Ε
Ϝ
Ζ
ΑΟ

9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
40
48
56
64
65
72
73
74
75
80

eneea
deqa (zezid)
oqq-ŏ-zod
oqq-ŏ-luqmo
oqq-ŏ-zezi
oqq-ŏ-jowd
oqq-ŏ-oeqi
oqqĕtt
oqqĕtt-ŏ-qeb
oqqĕtt-ŏ-ŏnd
oqqĕtt-ŏ-zod
ĭqosi
oqqĕtt-ŏ-zezi
oqqĕtt-ŏ-jowd
oqqĕtt-ŏ-oeqi
oqqest
oqqest-ŏ-qeb
oqqest-ŏ-ŏnd
oqqest-ŏ-zod
oqqest-ŏ-luqmo
oqqest-ŏ-zezi
oqqest-ŏ-jowd
oqqest-ŏ-oeqi
oqqŭqmo
oqqezzi
oqqid
oqqĕqi
pvŏwĕb
pvŏwĕb-qeb
pvŏwĕb-oqq
pvŏwĕb-eneea
pvŏwĕb-deqa
pvŏwĕb-oqq-ŏ-zod
pvŏwĕb-oqqĕtt
enees
deeqs
opvs-ŏ-zod
opvs-ŏ-luqmo
opvs-ŏ-zezi
opvs-ŏ-jowd
opvs-ŏ-oeqi
ands oqq
ands oqq-ŏ-qeb
ands oqq-ŏ-ŏnd
ands oqq-ŏ-zod
ĭqosis
ands oqq-ŏ-zezi
ands oqq-ŏ-jowd
ands oqq-ŏ-oeqi
zods oqq
zods oqq-ŏ-qeb
zods oqq-ŏ-ŏnd
zods oqq-ŏ-zod
zods oqq-ŏ-luqmo
zods oqq-ŏ-zezi
zods oqq-ŏ-jowd
zods oqq-ŏ-oeqi
lauds oqq
zaezs oqq
idvs oqq
jeqs oqq
pvŏnds
pvŏnds-qeb
pvŏnds-oqq
pvŏnds-eneea
pvŏnds-deqa
pvŏnds-oqq-ŏ-zod
pvŏnds-oqqĕtt
eneea
deqa
oqq-ŏ-zod
oqq-ŏ-luqma
oqq-ŏ-zezi
oqq-ŏ-jowd
oqq-ŏ-oeqi
oqqĕtt
oqqĕtt-ŏ-qaŭ
oqqĕtt-ŏ-and
oqqĕtt-ŏ-zod
ĭqosi
oqqĕtt-ŏ-zezi
oqqĕtt-ŏ-jowd
oqqĕtt-ŏ-oeqi
oqqest
oqqest-ŏ-qaŭ
oqqest-ŏ-and
oqqest-ŏ-zod
oqqest-ŏ-luqma
oqqest-ŏ-zezi
oqqest-ŏ-jowd
oqqest-ŏ-oeqi
oqqŭqmo
oqqezi
oqqid
oqqĕqi
pvŏwĕb
pvŏwĕb-qaŭ
pvŏwĕb-oqq
pvŏwĕb-eneea
pvŏwĕb-deqa
pvŏwĕb-oqq-ŏ-zod
   et cetera
AA






ΒΟ
ΒΑ
ΒΒ
ΒΓ
ΒΔ
ΒΕ
ΒϜ
ΒΖ
ΓΟ
ΓΑ
ΓΒ
ΓΓ
ΓΔ
ΓΕ
ΓϜ
ΓΖ
ΔΟ
ΕΟ
ϜΟ
ΖΟ
ΑΟΟ
ΑΟΑ
ΑΑΟ
ΑΑΑ
ΑΑΒ
ΑΑΓ
ΑΒΟ

81
84
85
88
96
97
98
99
100
101
104
112
120
128
129
144
192
256
320
384
448
512
623
1000
1024
1536
2048
2560
3072
3584
4096
5000
8192

pvŏwĕb-oqqĕtt-ŏ-qeb
pvŏwĕb-ĭqosi
pvŏwĕb-oqqĕtt-ŏ-zezi
pvŏwĕb-oqqest
pvŏwĕb-oqqŭqmo
pvŏwĕb-oqqŭqmo-ŏ-qeb
pvŏwĕb-oqqŭqmo-ŏ-ŏnd
pvŏwĕb-oqqŭqmo-ŏ-zod
ekăton
pvŏwĕb-oqqŭqmo-ŏ-zezi
pvŏwĕb-oqqezzi
pvŏwĕb-oqqid
pvŏwĕb-oqqĕqi
pvŏwĕtt
pvŏwĕtt-ŏ-qeb
pvŏwĕtt-oqqĕtt
pvŏwest
pvŏwŭqmo
pvŏwezzi
pvŏwid
pvŏwĕqi
jzeew
jzeew-pvŏwĕb-oqqezzi-ŏ-oeqi
qiliŏ
jzeed
jzeeze
jzeeqem
jzeez
jzeejud
jzeeqi
măăw
zezi qiliŏŏ / qiliŏz (komt zelden voor)
măăd
pvŏnds-oqqĕtt-ŏ-qeb
pvŏnds-ĭqosi
pvŏnds-oqqĕtt-ŏ-zezi
pvŏnds-oqqest
pvŏnds-oqqŭqmo
pvŏnds-oqqŭqmo-ŏ-qeb
pvŏnds-oqqŭqmo-ŏ-ŏnd
pvŏnds-oqqŭqmo-ŏ-zod
ekătons
pvŏnds-oqqŭqmo-ŏ-zezi
pvŏnds-oqqezzi
pvŏnds-oqqid
pvŏnds-oqqĕqi
ands pvŏw
ands pvŏw-ŏ-qeb
ands pvŏw-oqqĕtt
zods pvŏw
lauds pvŏw
zaezs pvŏw
idvs pvŏw
jeqs pvŏw
jzees
jzees-pvŏwĕb-oqqezzi-ŏ-oeqi
qiliŏs
ands jzee
zods jzee
lauds jzee
zaezs jzee
idvs jzee
jeqs jzee
moos
zeziqiliŏs / zaezs qiliŏ (komt zelden voor)
ands măă
ΑΒΑ
ΑΒΔ
ΑΒΕ
ΑΓΟ
ΑΔΟ
ΑΔΑ
ΑΔΒ
ΑΔΓ
ΑΔΔ
ΑΔΕ
ΑΕΟ
ΑϜΟ
ΑΖΟ
ΒΟΟ
ΒΟΑ
ΒΒΟ
ΓΟΟ
ΔΟΟ
ΕΟΟ
ϜΟΟ
ΖΟΟ
ΑΟΟΟ
ΑΑΕΖ
ΑΖΕΟ
ΒΟΟΟ
ΓΟΟΟ
ΔΟΟΟ
ΕΟΟΟ
ϜΟΟΟ
ΖΟΟΟ
ΑΟΟΟΟ
ΑΟΟΟΔ
ΒΟΟΟΟ

De clitische vormane van de hoofdtelwoorden 1 t/m 8 kunnen achter een zelfstandig naamwoord geplaatst worden: haqqad = 'twee tuinen'; hootemĕtootest = 'drie presidenten'; qĭndsĕtt = 'de twee torens'; hĭppĕvsŭqmo = 'de vier ruiters', etc. Aangezien de telwoorden sowieso al aangeven of het om enkelvoud of meervoud gaat, staat het zelfstandige naamwoord waaraan ze worden vastgehecht, altijd in het enkelvoud.

De verplichte volgorde voor clitische vormen luidt: bepaaldheid + pronomen + numerale. Dus: haqqasĕtt = 'de twee tuinen'; haqqasosid = 'haar zes tuinen'; maqmjĕb = 'één hond (uit een willekeurig aantal) die van mij is'; maqmsjĕb = 'mijn hond (ik heb slechts één hond en dat is deze)'; Sinfoonisĕqi Arnold Bax = 'de zeven symfonieën van Arnold Bax'. Wanneer een clitische vorm van een persoonlijk voornaamwoord niet mogelijk is, dan komt het clitische telwoord direct achter een eventuele bepaaldheidsuitgang: maqmsid niŏ = 'hun zes honden'.

Meer over werkwoorden

Een aantal dingen met betrekking tot het werkwoord is al gezegd onder het kopje Pronomina Personalia. Wat ook nog belangrijk is om te weten, zijn de drie volgende dingen:
1). Sambeeks is een SVO-taal: in de zin komt eerst het subject, dan het werkwoord en dan het object. Hootemĕtoots buumeerpaaqez ejdŏzja, jedjs bujpŏt qeemhteesmja qruusa = (letterlijk) president-[de] ontslaan minister-[plur. indet.], die ontvangen illegaal-[plur. indet.] geld-[plur. indet.] = 'de president ontslaat ministers, die illegaal geld ontvangen'.
2). Het Sambeeks heeft geen lijdende vorm ('hij wordt geslagen') zoals die in het Nederlands voorkomt. In plaats daarvan zijn er de agens- en patiënspartikels (r resp. tăs) die voor het werkwoord of naamwoord geplaatst kunnen worden als anders de betekenis van de zin verandert. Tăs-bujpŏtĕ r-hootemĕtoots = (letterlijk) patiëns-ontvangen-[hij] agens-president-[de] = 'hij wordt ontvangen door de president'.
3). De verleden en toekomende tijd van de werkwoorden wordt weergegeven met twee op zichzelf staande hulpwerkwoorden: nosi = 'zich in het verleden afspelen'; bujs = 'zich in de toekomst afspelen'. Een traditioneel vervoegd werkwoord zou er dan zo kunnen uitzien:

praesens praeteritum futurum
ai qtojjda ('ik beëindig')
qtojjda
qtojjdanqĕ
qtojjda
qtojjdans
qtojjdaqt
qtojjdadv
qtojjdanve
qtojjdajdĕ

qtojjdamĕl

qtojjda
qtojjdama
qtojjdaqda
qtojjdanjŏ
qtojjdadva
deelj ('ik lijd')
deelom
deelouq
deelĕ
deelos
deelĕ
deelĕ
deelĕ
deeljdĕ

mĕl deel

deelu
deelĕm
deelĕd
niŏ deel
deela
ai nosi qtojjda
nosimĕ qtojjda
nosinqĕ qtojjda
   et cetera
ai nosi deel
nosimĕ deel
nosinqĕ deel
   et cetera
bujsj qtojjda
bujsom qtojjda
bujsouq qtojjda
   et cetera






qtojjda =
'beëindigen'

deel = 'lijden'
bujsj deel
bujsom deel
bujsouq deel
   et cetera